Leugens, verdomde leugens, en keepers

23-02-2013 16:45

Bron: Sander Ijtsma/ VK sport.nl

De Zestien Sander IJtsma zag Kenneth Vermeer dit weekend zijn vierde strafschop op rij redden. Maar wat maakt een keeper eigenlijk goed? IJtsma verdiepte zich in hun core business: reddingen. Bizarre conclusie: keepers redden allemaal vrijwel even goed.

Misschien had u het niet meegekregen, maar er is dus een data-revolutie gaande in het voetbal. In kranten krijgen cijfers steeds meer ruimte, clubs nemen data-specialisten in dienst, op televisie pass-percentages. Er is nu zelfs een dagblad dat een blog heeft over voetbal en statistiek.

Dat is op zich een goed iets, vinden wij op dit statistiekenblog. Maar zoals Nate Silver (@fivethirtyeight) in zijn boek The Signal And The Noise waarschuwt: hoe meer data we met z'n allen verzamelen, hoe moeilijker het wordt om signaal (zin) en ruis (onzin) van elkaar te onderscheiden. Het gevaar is dat we tot uitspraken komen die nergens op slaan.

Neem nou keepen. Je hebt goede en slechte keepers, en goede houden meer ballen tegen dan slechte. Als we voor elke keeper meten hoeveel procent van de schoten hij tegenhoudt, zien we snel wie goed is en wie niet. Logisch toch?

Hier zijn de resultaten van deze 'analyse':

1. Mihaylov (Twente, 91,2 procent)
2. Velthuizen (Vitesse, 90,9 procent)
3. Ruiter (FC Utrecht, 90,8 procent)
18. Maënpaa (VVV, 83,5 procent)

Dit is dus een voorbeeld van ruis dat wordt aangezien voor signaal. In werkelijkheid zegt dit ranglijstje niets over Mihaylov, en niets over Maënpaa. De reden? Het reddingspercentage zegt niets over de kwaliteit van een keeper. (Of vrijwel niets.)

Dit klinkt bizar, maar het is waar. Stel dat het klopt dat betere keepers een hoger reddingspercentage hebben. Dan verwacht je dat diezelfde keepers een jaar later weer een hoog reddingspercentage hebben, net zoals dit voor de eindstand van de eredivisie geldt. (Ajax en PSV eindigen niet plots als elfde of zo.)

U voelt hem al aankomen: dat is dus niet zo. Kijk maar naar de grafiek. Als reddingspercentage herhaalbaar zou zijn, zou in de grafiek een diagonale lijn naar boven te zien moeten zijn.

Maar dat is dus niet zo, het reddingspercentage is vrijwel willekeurig. Erwin Mulder was bijvoorbeeld vorig seizoen derde op de lijst (90,4 procent), en dit seizoen slechts twaalfde (86,6 procent). Kenneth Vermeer was vorig seizoen achtste (88,3), dit seizoen vierde (89,1).

Betere keepers houden meer schoten tegen? Nee dus.

Dit is de verklaring: bij het overgrote deel van de schoten maakt het niet uit of Mihaylov of Vermeer of Maëmpaa onder de lat staat. Van alle schoten die een keeper op zich af gevuurd krijgt, gaat immers ongeveer tweederde naast of over, tegen paal of lat, of wordt geblokt. Hier heeft de keeper weinig tot geen invloed op.

Dan houden we eenderde van de schoten over. Dat vallen uiteen in reddingen of doelpunten. Misschien is het een lastig te accepteren gedachte, maar het overgrote deel van de schoten die de beste keeper van de eredivisie weet te redden, zou de slechtste keeper van de eredivisie ook hebben gered. En het grootste deel van de goals die de slechtste keeper van de eredivisie moet incasseren, zou de beste keeper ook hebben geïncasseerd.

Dan blijven nog maar weinig reddingen over. En die zouden wel eens ruis kunnen zijn. Twee voorbeelden:

-Groningen-AZ, 13e minuut: keeper Luciano (Groningen) trapt de bal in de voeten bij Roy Beerens, die vervolgens een rollertje produceert. Luciano's reddingspercentage gaat hierdoor omhoog.
-Utrecht-N.E.C., 58e minuut: Babos (NEC) laat een voorzet los, waarna Mulenga op de lat kopt. Babos' reddingspercentage gaat omhoog.

Wat maakt een keeper dan wel goed? Betere keepers voorkomen schoten waarschijnlijk beter. Door voorzetten te pakken, door rebounds te voorkomen en door goed te organiseren bij dode spelmomenten. Moeilijker te beoordelen dan spectaculaire reddingen - ik zou niet weten wie daar goed in is - maar wel belangrijker.